Drenthe kent minder leegstaande sociale huurwoningen dan vorig jaar

Drenthe kent minder leegstaande sociale huurwoningen dan vorig jaar

DRENTHE - Maar liefst 2146 woningen van woningcorporaties in de provincie Drenthe staan leeg. Vooral in de gemeenten Aa en Hunze en Coevorden zijn relatief veel (overwegend) sociale huurwoningen onbewoond.

Dat blijkt uit onderzoek van tijdelijke huisvester CareX, dat zich inzet voor het oplossen van leegstand door ‘maatschappelijk zinvol gebruik’. Het goede nieuws is dat de leegstand met ruim zeven procent is afgenomen ten opzichte van 2023.

In Coevorden is de leegstand relatief gezien het grootst van de provincie Drenthe. In deze gemeente staat maar liefst 6,4 procent van alle corporatiewoningen leeg, net iets meer nog dan de 6 procent in Aa en Hunze. In Tynaarlo daarentegen gaat het om slechts 1,5 procent. Al met al nam in tien van de twaalf Drentse gemeenten de leegstand dit jaar wel af, in Tynaarlo zelfs bijna met een kwart. Alleen Assen en Westerveld noteerden juist een toename.

Leegstaande sociale huurwoningen, die bedoeld zijn voor het meest kwetsbare deel van de samenleving, zijn CareX een doorn in het oog. “In de praktijk zien wij bijvoorbeeld vaak dat bij woningcorporaties bepaalde woningen op de nominatie staan om gesloopt of gerenoveerd te worden. Dat kan dan nog jaren duren, maar corporaties plaatsen bewust geen nieuwe huurders. Die moeten ze dan immers ook weer aan nieuwe woonruimte helpen als het moment daar is en bovendien een verhuiskostenvergoeding betalen”, legt Ruud Bremmer van CareX uit.

Flexibele woonschil: leegstand zinvol benutten
Volgens Ruud Bremmer van CareX zouden leegstaande corporatiewoningen kunnen worden ingezet om een ‘flexibele woonschil’ op te bouwen. Met behulp van de Leegstandwet kunnen woningcorporaties deze woningen tijdelijk verhuren zonder de verplichtingen die normaal bij verhuur komen kijken.

Bremmer benadrukt dat regionale samenwerking hierbij cruciaal is. “Door als gemeenten en corporaties gezamenlijk te kijken naar vraag en aanbod in de regio, kunnen we leegstaande woningen efficiënter inzetten. Zo creëren we een vitale flexibele schil die sneller oplossingen biedt aan mensen in urgente woonsituaties, zoals bij echtscheidingen. Bovendien verlichten we hiermee de druk op de woningmarkt en besparen we maatschappelijke kosten.”

Bremmer ziet daarnaast kansen voor samenwerking met andere partijen. “Aan de aanbodzijde kunnen maatschappelijk ingestelde vastgoedeigenaren, zoals onderwijsinstellingen en projectontwikkelaars, een rol spelen. Aan de vraagzijde zijn het vooral grote werkgevers, zoals zorginstellingen, onderwijsorganisaties en bedrijven in de maakindustrie, die afhankelijk zijn van personeel van buiten de regio. Door samen te werken bouwen we niet alleen een flexibele woonschil, maar maken we de regio ook aantrekkelijker en toegankelijker voor het broodnodige personeel van buitenaf.”

Tiplijn